| Eduard
Wemelsfelder over zijn werkfilosofie.
Geïnspireerd door de enorme kennis
van de klassieke vioolbouwers en de schoonheid en harmonie
die hun instrumenten uitstralen, is het mijn wens een
moderne bouwer te zijn, geworteld in de klassieke tijd.
Ik koos dan ook zoals is na te lezen
op de pagina "Opleiding", voor een opleiding
aan een internationale school voor vioolbouw en reparatie,
de 'Welsh School of Musical Instrument Making and Repair'.
Dit diende als basis voor de bijna negen jaren die ik
in het buitenland doorbracht in gerenommeerde ateliers
om mij te verdiepen in de verschillende aspecten: nieuwbouw,
reparatie, restauratie, kennis van oude en nieuwe instrumenten
en stokken, management.
Sinds de aanvang van mijn zaak in
1993 is dit proces van integratie van klassieke stijl
en kennis in de huidige tijd alleen maar intensiever
geworden.
Veelal internationale uitwisseling met collegae, deelname
aan internationale wedstrijden, symposia en de toenmalige
jaarlijkse zomerseminaars onder leiding van Jürgen
von Stietencron geven mij de mogelijkheid dit proces
van inzicht en creatie te continueren en van steeds
nieuwe impulsen te voorzien.
Door zelf een actief amateur violist
te zijn kan ik de wensen en eisen van zowel de speler
als de bouwer beter begrijpen en verenigen.
De wijze waarop ik streef instrumenten
te bouwen liet zich niet meer combineren met een zeer
goed lopende all-round vioolbouw zaak waarin de aandacht
verdeeld diende te worden over zo vele facetten van
het vak.
Begin 2001 besloot ik mij voor 75%
van mijn tijd op het bouwen en ontwikkelen van nieuwe
instrumenten te concentreren. Per 1 januari 2002 werd
dit praktisch 90%. Het is een keuze die een grote verandering
teweeg heeft gebracht. Er is een voorbereiding van twintig
jaar aan vooraf gegaan! Het geeft mij de mogelijkheid
de kennis en ervaring van die periode aan te wenden
voor het bouwen van nieuwe instrumenten die voldoen
aan de hoge verwachtingen en eisen van de musicus.
Vioolbouwers en musici kunnen en moeten
veel van elkaar leren. Net zoals je op vele niveaus
viool kan spelen, kan je ook op vele niveaus violen
bouwen. Bij dat groeiproces, die weg van verdieping,
heb je naar mijn mening leermeesters nodig in de ruime
zin. Dat zijn leraren op de vioolbouw school, werkgevers,
bevriende collega's met wie je ervaring en inzicht uitwisselt,
werkseminaars voor reeds zeer ervaren vioolbouwers,
maar ook het contact met musici en niet in de laatste
plaats: jezelf.
Door zelf te musiceren en je te verdiepen in de musicus
ga je leren wat snelheid van klank en respons inhouden.
Wat toon vormen inhoud. Klank moet je leren horen. Het
is even essentieel dit aspect te ontwikkelen als het
vioolbouwtechnische aspect. Dit leer je o.a. van musici.
Dan ook kan je instrumenten bouwen die eigenschappen
bezitten die deze voor de speler zo belangrijke aspecten
kunnen waarmaken.
Musici kunnen ook heel veel leren van vioolbouwers.
Door wederzijds respect en erkenning groeien beiden. |